De overeenkomst tussen een penaltyserie en een finale tegen Duitsers…

Tja, die column in de vorige blog over Louis van Gaal gaat niet meer op. Misschien maar goed ook. En hoe jammer ook: ik kan wel vrede hebben met die exit van Oranje in de halve finale. Ook omdat een eindstrijd tegen Duitsers namelijk net is als het nemen van strafschoppen. Waarom? Lees maar eens verder.

Strafschoppen, een loterij? De een (doorgaans de verliezer) zegt van wel, de ander (doorgaans de winnaar) zegt dat het trainbaar en goed voor te bereiden is. Tja, moeilijk. Op basis van de pengels zoals die er tegen Costa Rica bijna allemaal subliem in gingen én de wissel van Krul ben ik aanhanger van dat tweede.

Op basis echter van de verloren halve finale tegen de Argentijnen zou je juist acuut aanhanger van die eerste theorie (loterij) worden. Want laten we eerlijk zijn: slechte penalty van Vlaar? Ja. Maar als Romero  – het was een gok van hem, zei hij nadien immers zelf over die eerste penalty – naar de andere hoek gaat, hoor je niemand over de kwaliteit van Vlaars inzet.

Hoe het ook zij: een penaltyserie is net als een finale tegen Duitsland. Ga maar na:

  • Strafschoppenserie maak je niet elke dag mee, een WK-finale tegen Duitsers evenmin;
  • Je zit van meet af aan op het puntje van je stoel, zowel bij een penaltyserie als in een finale tegen Duitsers;
  • We hebben zowel aan strafschoppen als aan duels met Duitsers meer slechte dan goede herinneringen. In beide gevalle staat er nog steeds een sportieve rekening open;
  • Het belangrijkste punt: het is beide alleen maar leuk als je wint.

Zie daar, in dat laatste zit ‘em de crux. Want penalty’s en een finale tegen Duitsers zijn alleen leuk als je aan het einde van de rit met de armen in de lucht staat.

Zo niet, dan is het juist meteen het andere uiterste: zowel een verloren penaltyserie als een verloren WK-finale tegen (wéér) die Duitsers. Inderdaad, de Duitsers die al drie wereldtitels hebben tegenover onze nul.

Dat verliezen van de finale tegen Duitsland, dát was zondag het geval geweest. Kan ik dat bewijzen? Natuurlijk niet. Noem het maar onderbuikgevoel. En dat terwijl ik er voorafgaand aan onze halve finale nog zoveel vertrouwen in had. ‘Laat maar komen’, riep ik nog tegen vrienden en familie. ‘We verslaan ze op dezelfde manier als we Spanje klopten, de ruimte achter de trage en ver van de goal spelende Duitse verdediging benutten en uitbuiten.’

Maar ná de halve finale was mijn gevoel radicaal anders.

Als je af kunt gaan op de vorm (of het gebrek daaraan) van bijvoorbeeld Van Persie, Sneijder en Kuyt tegen de Argentijnen, was het tegen die Duitsers zondag in de finale he-le-maal niks geworden met ‘ons’. En dus hadden we nu even gejubeld met z’n allen om vervolgens maandagochtend wakker te worden met het keiharde besef dat we weer een verloren WK-finale hebben beleefd.

Ook mijn generatie – ik hoor bij de dertigers – zou dan een trauma hebben gehad van twee verloren finales achtereen. En dat ook nog door verlies tegen onze rivaal, hoe vriendschappelijk de betrekkingen tegenwoordig ook zijn.

Nee, doe mij dan toch maar de kater van de verloren strafschoppenserie in de halve finale. Maandagochtend wakker worden zoals de Argentijnen zullen doen, is tien keer erger. Vize-Weltmeister waren we al. Die ‘titel’ hoef ik ook niet meer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.